in gesprek met ...

Jeannette Provoost.jpg

Jeannette Provoost – stafarts GGD

,,

,,

Even voorstellen 

Ik ben Jeannette Provoost en ben arts maatschappij en gezondheid. Ik werk bij de GGD als stafarts en ben daarnaast ook adviseur gezondheidsbeleid voor de gemeente Leeuwarden. Dat betekent dat ik voor de gemeente het eerste aanspreekpunt ben wanneer er iets rond gezondheid speelt. En dat is heel breed, denk aan vragen over de vaccinatiegraad, 5G, loden leidingen, overgewicht bij jongeren, vraagstukken die samenhangen met vergrijzing, armoede… Een heel breed pakket dus! Ik doe dit natuurlijk niet alleen. Er is een heel team binnen de GGD beschikbaar met mensen die op de verschillende onderwerpen goed thuis zijn. En voor het gezondheidsbeleid binnen de omgevingsvisie heb je eigenlijk iedereen nodig!

Positieve gezondheid: regie over je eigen leven

De GGD heeft een belangrijke rol als het gaat om het bevorderen van een gezonde levensstijl. Wij kijken als GGD heel breed naar het begrip ‘gezondheid’ en hebben het vooral over ‘positieve gezondheid’.

 

Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekte. Het concept ‘positieve gezondheid’ gaat er van uit dat je de regie kunt voeren over je eigen leven, en dat je kunt omgaan met de uitdagingen die het leven je biedt.

 

Dat geldt bijvoorbeeld voor iemand met een chronische ziekte die toch prima mee kan doen in de maatschappij. In Leeuwarden komen steeds meer ouderen. En er zijn straks minder mensen beschikbaar om hulp te verlenen aan de vergrijzende bevolking. Daarom moeten we er voor zorgen dat oudere mensen straks zelfstandig kunnen blijven. ‘Zelfstandig zijn’ is daarmee weer een onderdeel van de ‘positieve gezondheid’. We hebben het dus niet alleen maar over fysieke beperkingen, maar zeker ook over zingeving, welbevinden en meedoen in de maatschappij. 

Een omgeving die bijdraagt aan gezondheid 

Om de gezondheid te beschermen en te bevorderen speelt de fysieke en sociale omgeving een grote rol. Leeuwarden kent een aantal wijken die er qua gezondheid niet zo goed voorstaan. Daar ligt een grote uitdaging. We zouden daar veel kunnen bereiken door de omgeving op een bepaalde manier aan te passen.

 

‘De omgeving’ moet je daarbij breed zien: het gaat ook om de sociale omgeving en de gedragsmatige kant, hoe gaan mensen met elkaar om?

We willen graag meedenken over ‘hoe de leefomgeving bij kan dragen aan gezondheid’. De inrichting van de omgeving doet er veel toe. Is de omgeving kind- en oudervriendelijk ingericht? Is er voldoende waterberging? Zijn er uitnodigende fiets en wandelpaden? Zijn er maatregelen genomen om hittestress te voorkomen? Maar ook: maakt de omgeving het makkelijker om elkaar te ontmoeten? Er gebeurt al veel op dit vlak en er zijn al veel mooie voorbeelden waar we met soms kleine dingen toch al veel kunnen bereiken, zoals hinkelpaden op looproutes naar school, ‘groene’ schoolpleinen en openbare kruidentuinen. Een heel mooi voorbeeld vind ik ook de ‘tiny forests’ (kleine bossen die zorgen voor verkoeling, een verbreding van de biodiversiteit en waterberging bij zware regenval). Tiny forests nemen weinig ruimte in beslag en kunnen dus bijna overal! Ook buurthuizen zijn van belang als ‘centrale spil in de wijk of in het dorp’. Mensen kunnen hier elkaar ontmoeten. Er zijn mensen die in buurthuizen voor elkaar gaan koken. Ook dat vind ik een heel mooi voorbeeld van de positieve dingen die binnen Leeuwarden al gebeuren. Hier kunnen we zeker mee verder!

Gedragsverandering als sleutel

Die gedragsmatige kant, daar ligt wel de sleutel… Mensen zullen hun gedrag moeten gaan aanpassen om hun gezondheid te gaan bevorderen: meer bewegen, minder ongezond eten, niet roken, minder alcohol. Die gedragsverandering teweeg brengen, dat wordt een hele grote uitdaging! Die gedragsverandering krijgen we alleen voor elkaar als we onze omgeving zo inrichten dat deze uitnodigt om naar buiten te gaan, te bewegen, dat sociaal contact op een vanzelfsprekende manier plaats kan vinden. Extra aandacht moeten we daarbij hebben voor mensen met en beperking.

Wij zijn graag al bij het begintraject van plannen en initiatieven in de gemeente betrokken. Zodat we op tijd kunnen meedenken over de inrichting van de omgeving en de invloed die de omgeving heeft op ons gedrag. Daarbij moet niet alles ‘van boven worden opgelegd”: juist in de wijken en buurten zelf is veel kennis en kunde aanwezig van wat haalbaar en mogelijk is. Deze kennis en kunde moeten we aanboren en gebruiken! De gemeente kan hierbij een stimulerende rol vervullen, door publiek-private partijen en de bevolking zelf bij elkaar te brengen. Ook kan de gemeente faciliteren, bijvoorbeeld door geld, ruimte of menskracht ter beschikking te stellen. 

Onze rol sluit heel goed aan bij de aanpak van vraagstukken onder de Omgevingswet.

 

Als er over de gezondheidskansen en -risico’s van plannen en initiatieven vroegtijdig meegedacht wordt, valt er veel winst voor behalen voor de volksgezondheid. Als GGD kunnen we daar een belangrijke bijdrage aan leveren.

Een toegankelijke visie die iedereen kan begrijpen

Als er straks een omgevingsvisie ligt, is het belangrijk dat iedereen kan begrijpen wat hier in staat. Alleen dan krijg je draagvlak. Er moet dan ook zeker een goed toegankelijke (digitale) publieksversie komen. Voor mensen voor wie dit lastig is, zou er ondersteuning moeten zijn. Bibliotheken zouden hier een rol in kunnen spelen. En misschien moet er wel een versie speciaal voor kinderen gemaakt worden. Want als kinderen hun gedrag al aanpassen dan hebben we al heel wat gewonnen voor de toekomst. Zij zijn immers diegene waar het in de toekomt om gaat! 

,,