in gesprek met ...

Sjoerd Bootsma – Artistiek directeur Stichting Leeuwarden Friesland 2028.

Even voorstellen 

Ik ben Sjoerd Bootsma. Ik woon en werk in Leeuwarden en wil de gemeente aan toekomstige generaties doorgeven als ‘een betere versie van zichzelf’. In mijn werk als artistiek directeur van Stichting Leeuwarden Friesland 2028, de opvolgorganisatie van LF2018, probeer ik daar handen en voeten aan te geven door het organiseren van projecten op het gebied van kunst en cultuur over de belangrijke opgaven van onze tijd.

 

Ik denk dat het belangrijk is om kunst- en cultuurmakers te betrekken bij de grote opgaven die we op dit moment hebben, omdat zij vaak op een creatieve, zachtere manier dit soort materie aanvliegen: meer vanuit gevoel en ziel; meer creativiteit, minder efficiëntie. Dat kan leiden tot andere perspectieven, maar vooral tot meer betrokkenheid.

 

De stad als gezin

Ons denken is heel economisch ingedeeld, gericht op rendement en efficiëntie. Maar een samenleving moet niet uitsluitend efficiënt zijn, dat werkt niet. Ter vergelijking: Als je je gezin zou inrichten zoals we dat met onze staat doen, dan valt het binnen een jaar met een echtscheiding en huilende kinderen uit elkaar. De economie is eigenlijk het huishouden van de stad en daarbij zijn gemeenschappelijke ruimtes en gezamenlijke ervaringen cruciaal is: breng groen in de stad, zorg dat het van de mensen wordt, organiseer programma in die publieke ruimte, zorg dat mensen elkaar ontmoeten en zorg dat het schoon is.

 

Als de overheid zichtbaar liefde steekt in een gebied, gaan mensen dat zelf vaak ook doen.

Een sterk weefsel maakt een zachte deken

Een stad is meer dan een stratenpatroon met grachten: die infrastructuur dient een doel. Dat doel is om mensen prettig te laten leven. Ik zie dat de stad steeds meer uit eilandjes komt te bestaan en dat veel jongeren opgroeien in armoede. Dat is een gevaar voor de democratie, omdat je daardoor groepen kwijtraakt. Zorg dus dat je als stad een sterk weefsel bent. Dat is een voorwaarde voor een goede, bruisende, levendige en veerkrachtige stad en voor een gemeente waarin iedereen het gevoel heeft dat hij of zij er ook toe doet. We moeten ons meer  richten op het voorkómen van problemen in plaats van ze op te lossen. Zorg dat je de wijken leefbaar maakt, dat jongeren goed opgroeien en zich empowered voelen. Daar ligt een grote uitdaging voor Leeuwarden!

Als je zorgt voor een stad waar voldoende groen is en voldoende toegankelijke publieke ruimte, waar mensen zich ook eigenaar over voelen en het gevoel hebben dat het hún publieke ruimte is en dat daar ook programma in plaats vindt, dan denk ik dat je mensen bij elkaar kunt krijgen. 

Kijk naar ‘de Reuzen’, één van onze grootste projecten. Het mooiste ervan was niet zozeer die grote poppen. Juist het feit dat de hele stad al drie uur van te voren op straat stond, dat er geen auto’s waren en dat iedereen met elkaar in gesprek raakte terwijl ze elkaar niet kenden. Je voelde dat de stad gewoon zacht werd. Dat er een zachte deken over kwam te liggen. Dat is super belangrijk, dat je dat organiseert en daar moet je als overheid ruimte voor geven.

 

Op het moment dat de publieke ruimte weer meer in bezit van het collectief komt, denk ik dat je tot een gezondere stad komt.

Genen en stenen

Met de Culturele hoofdstad zijn de genen en de stenen van de stad hand in hand gegaan. Er zijn veel projecten georganiseerd, er is voor gezorgd dat heel veel mensen konden meedoen en ergens trots op konden zijn. Waar Leeuwarden 15 jaar geleden nog de stad was van ‘it het nooit wat weest en it sil nooit wat wurde’ is nu een nieuw elan en een nieuwe trots ontstaan. Ik hoor nog steeds bijna dagelijks “nou wat is híer gebeurd?” van mensen die hier vroeger hebben gewoond en nu langskomen. Als je investeert in de stenen én in de genen van de stad zorgt dat voor een goede vibe.  Dan voelen mensen zich betrokken en sterk. Dat geldt ook voor de dorpen. Mensen willen ergens aan mee doen: dat moet je als stad en als gemeente organiseren. 

Een visie van velen

We hebben als samenleving echt een paar grote problemen en je merkt dat er rond al die problemen ontzettend veel energie ontstaat. En die energie kun je zien als betrokkenheid. Het maken van de omgevingsvisie moet je opengooien:

 

zorg dat die visie, de visie van velen wordt.

 

Daar zou je ook kunstenaars en creatieven een hele belangrijke rol in kunnen geven, want zij zijn gewend om moeilijke materie te vertalen naar projecten die mensen in het hart raken.

De omgevingsvisie kan een gedicht zijn, een film, een kindertekening of een beleidsdocument. Misschien is het dit wel allemaal tegelijk. Waar het om gaat is dat je heel veel energie weet te mobiliseren bij mensen om zich uit te spreken over die omgevingsvisie. En dat dat vervolgens tot iets leidt waar heel veel mensen zin van krijgen om er iets moois van te maken!

,,

,,

,,